skip to Main Content

Design Thinking binnen het Sociaal Domein

Inmiddels werk ik alweer anderhalve maand in het Sociaal Domein bij gemeente Weststellingwerf in Wolvega. Er is in de tussentijd veel gebeurd. Momenteel heeft de opdracht concretere vormen aangenomen en ben ik opdrachtinhoudelijk ook steeds meer tevreden over wat er naar voren komt. Kort gezegd: De gemeente heeft door wetsveranderingen in 2015 haar prioriteiten op urgente cases gevestigd, met het gevolg dat een deel van haar uitkeringsgerechtigde cliënten uit beeld is geraakt. Mijn opdracht is om voor een gemeente uitkeringsgerechtigden die langdurig in de bijstand zitten in beeld te brengen en te onderzoeken hoe en of de sociale participatie vergroot kan worden.

Wie zijn deze mensen? Hoe gaat het op dit moment met deze mensen? Wat zijn hun ervaren met de dienstverlening van de gemeente? Welke behoeften leven er bij deze mensen? Welke ideeën hebben zij hierover? Vinden zij het leuk om andere mensen te ontmoeten? Hoe kan de gemeente hen hierin beter ondersteunen? Dat zijn vragen die ik nu probeer te beantwoorden. Een ontzettend uniek, leuk en vooral interessant project. Toch vond ik het in het begin ook wel een spannend project. Ik wist toentertijd namelijk totaal niet hoe het allemaal uit zou pakken. Er was natuurlijk een risico dat de mensen niet bereid zouden zijn om mee te werken. Ook kon het zo zijn dat mensen nergens behoefte aan zouden hebben, waardoor al mijn inspanningen bijna voor niets zouden zijn geweest.

We kunnen er omheen draaien, maar in onze samenleving leeft er een algemeen vooroordeel dat mensen met een bijstandsuitkering niets willen. Zij worden vaak als profiteurs gezien die al gauw ergens een slagje uit willen slaan. Ondanks dat er natuurlijk altijd uitzonderingen op de regels zijn, wil ik jullie toch alvast één tipje van de sluier geven. Dat is een zeer ouderwetse gedachte die ook al jaren geleden wetenschappelijk is weerlegd. Gooi dat vooroordeel daarom alvast maar over boord. Aan de keerzijde van de medaille gaan namelijk vaak hele andere verhalen schuil. Hier ben ik achter gekomen door deel te nemen aan een lezing en me te verdiepen in wetenschappelijke kennis over motivatie. Nog duidelijker kwam dit naar voren in het persoonlijke contact met mensen in de vorm van een cursus en persoonlijke gesprekken.

Momenteel volg ik met een aantal mensen een cursus om meer grip te krijgen op het budget. Een bijstandsuitkering is namelijk niet bepaald een vetpot. Geld is schaars waardoor je de korte eindjes aan elkaar moet breien. Soms moet het ene gat met het andere gat gevuld worden en als dat ergens mis gaat kom je heel snel in de problemen. Een bijstandsuitkering krijg je daarnaast niet zomaar. Het is je laatste vangnet als je geen eigen vermogen meer hebt, anderen je niet kunnen steunen en je nergens anders meer voor in aanmerking komt. Het gaat vooraf vaak met een periode van grote verliezen en veel stress. Dit doet wat met je. Het beïnvloedt hoe je naar de wereld kijkt en welke keuzes je maakt.

De levenservaringen die mensen vertellen vind ik zelf erg aangrijpend. Ik ben ontzettend onder de indruk van de heftige verhalen die zij delen. Zij hebben vaak veel ellende meegemaakt, waardoor zij uiteindelijk gevangen zijn geraakt in een net van diverse problemen en belemmeringen. De meeste mensen zouden het allerliefst uit de bijstandssituatie vandaan willen. Niet afhankelijk zijn van de gemeente, maar op een autonome manier je eigen boontjes doppen. Niet alleen met meer bestedingsruimte de financiële strop verkleinen, maar ook nuttig zijn voor anderen of een (persoonlijk) doel hebben. Misschien zelfs een stukje sociale waardering.

Stel je voor, je wilt ontzettend graag weer aan het werk of vrijwilligerswerk doen. Door gezondheidsproblemen laat je eigen lichaam en/of geest je op willekeurige momenten in de steek. Hoe kan je dan verantwoordelijkheid afleggen aan een werkgever? Als je dat op een goede dag doet en vervolgens je kruit verschiet, heb je de dag daarna een hersteldag nodig. Omdat je moet herstellen houd je geen energie over voor je gezin of je sociale contacten. De sociale contacten die in deze situatie juist ontzettend waardevol en kwetsbaar zijn. Er is een grote angst om deze te verliezen. En dat is heel logisch als je kijkt naar de balans. Je moet constant anderen om hulp vragen zonder iets terug te kunnen doen. Energie en geld heb je namelijk niet te bieden aan anderen, wat bovendien ook niet echt een leuk visitekaartje is om nieuwe vrienden te maken.

Deze illustratie geeft in ieder geval aan hoe belangrijk de ‘Empathy’ fase in Design Thinking is. Pas wanneer je jezelf inleeft in het verhaal van iemand anders, begrijp je ook de behoeften van diegene en de redeneringen achter de keuzes van iemand. De volgende stap is om vanuit hier te kijken naar mogelijkheden in de gemeente die op de behoeften van de mensen aansluiten. Er zijn bijvoorbeeld diverse initiatieven en organisaties in de woonplaats die mogelijkheden bieden om mensen te verbinden. Toch is het niet helemaal duidelijk wat deze organisaties concreet te bieden hebben. Ook zijn niet alle medewerkers van de gemeente hier van op de hoogte. Los hier van zijn er al een aantal andere punten naar voren gekomen waar de gemeente wat mee kan. Ik heb geluk dat de gemeente momenteel bezig is met het inrichten van een nieuw administratief systeem. Dit biedt mogelijkheden om structureel meer aandacht te kunnen bieden aan het persoonlijke verhaal en behoeftes van mensen. Al met al neemt de creativiteit toe en kom ik steeds dichter bij het eindresultaat.

Door: Tina Talsma

Back To Top